Rekenen:
________
Bloktoetsen van rekenen worden minstens een week vooraf aangekondigd in de klas. Wacht niet tot de avond voor de toets om te beginnen studeren maar maak vooraf een planning  (zie voorbeeld onderaan deze bladzijde) en hou je aan deze planning.
Om de toets te studeren, ga je als volgt tewerk:
a: in je lesboek:
in je lesboek leer je alle gele kadertjes van het opgegeven blok.
b: in je schrift:
leer alle theorie in je schrift:
vb: de tabellen voor lengtematen, inhoudsmaten,....moet je uit het hoofd leren.
      formules voor omtrek en oppervlakte;
      de werkwijze bij handig rekenen: (....:x 9 = (....x10) - ....)
c: in je werkboek:
   Bekijk vooraf alle oefeningen die je in de klas gemaakt hebt. Noteer de oefeningen die je niet begrijpt (blz - nr) en vraag enkele dagen voor de toets uitleg aan      je meester.
d: maak de voorbereiding van de toets en let goed op bij de klassikale verbetering.
e: nadat je alles geleerd hebt, kan je de voorbereiding nog eens afprinten van de website en de oefeningen nog eens maken.

Taal:
_____

Taalbeschouwing leer je eerst in je kaft. Hier staat hoe je moet splitsen, hoe je de zinsdelen kan vinden enz.....
Maak daarna oefeningen (ook op de website ) en pas de stappen toe die je in je kaft geleerd hebt.
Taaleigen (uitdrukkingen , woordenschat,...) kan je leren door de afdekmethode.
Voor spelling bekijk je eerst de woorden van de woordpakketten die je moet leren. Je vraagt jezelf af waarom je die woorden in die kolom geschreven hebt.
Je leert de regels uit het hoofd  en je duidt bij alle woorden van het wp.de spellingsmoeilijkheden aan (fluostift...).
Daarna leer je de gekopieerde bladen in je kaft van taal die  horen bij dat woordpakket.
Wanneer je alles goed geleerd hebt, vraag je aan vader of moeder om enkele woorden te dicteren.
Ook op de website vind je meestal wel oefeningen bij het woordpakket.
Voor werkwoorden moet je de verschillende stappen van het schema in volgorde kunnen noemen . Daarna maak je oefeningen en pas je telkens het werkwoordschema toe. Let op!!Wanneer je de stappen niet toepast maak je fouten!

Frans:
______

Lees
eerst de teksten van de unité die je moet leren.  Kinderen die goed kunnen studeren, leren deze teksten al min of meer van buiten (op deze manier leer je de woorden in een zin te gebruiken).
Daarna leer je de woordenschat. Eerst doe je dit met de afdekmethode en daarna ga je de Franse woordjes ook correct leren schrijven.
Leer dan de spraakkunst in je lesboek. Vervolgens maak je de oefeningen van het werkboek.
Wanneer je denkt dat je alles goed kan, maak je oefeningen op de website.

WO:
____

Toetsen van WO worden reeds lang vooraf aangekondigd wanneer het over meerdere lessen gaat. Maak daarom steeds een planning en herhaal regelmatig.
Bij aardrijkskunde moet je goed je atlas leren gebruiken en moet je de oefeningen in je kaft ook kunnne maken (vb.: schaalberekening, gebruik van reliëfkaart,gebruik van atlasregister ,......). Leer vooral goed in je kaft en lees ook in je boek (wereldwijzer)
Voor natuurkennis staat de samenvatting van de les in je kaft. Deze samenvatting moet je goed leren. D.W.Z. je moet bij elke titel de nodige uitleg kunnen geven.vb.: Bij de les van gezondheid: hoe komen ziektekiemen ons lichaam binnen. Zorg ervoor dat je alles kan opnoemen.  
                Bij de les van gezonde voeding: waarmee heeft 'gezond eten ' te maken?
Lees ook de les in je boek (natuurvriend) aandachtig. Wanneer je enkel je kaft leert, kan je max. 8 op 10 halen. De overige 2 punten kan je enkel verdienen wanneer je ook in je boek hebt gelezen.
Voor geschiedenis lees je eerst de les in je bronnenboek. Daarna overloop je de werkstructuren. De samenvatting moet je heel goed instuderen. Zorg dat je ook de verschillende periodes kan situeren in tijd (wanneer) en ruimte (waar).
Leer ook verbanden leggen: vb.: hoe komt het dat de mensen op het einde van de oertijd niet langer moesten zwerven? =>landbouw
                                                  welk gevolg had dat voor de woning?=>degelijkere woningen
                                                   ....

Voorbeeld van een planning

maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag weekend
te maken huiswerk rekenen tekening afwerken
taak actualiteit
geen rekenen: les 4 blok 2 geen geen
te leren Frans: woordjes van vandaag (u 3)
Rekenen: formule omtrek rechtoek
taal: woordjes woordpakket3

Frans: spraakkunst u3

Toets geschiedenis
- Toets Frans unité 3
te herhalen Frans: woordjes van u 3
toets geschiedenis voor vrijdag
Frans: spraakkunst unité 3
Toets geschiedenis voor vrijdag
Frans: woordjes u 1+ 2 + 3
- - Frans: woordjes unité 1+2+3 en de vervoeging van être.
ontspanning voetbaltraining zwemmen voetbaltraining Chiro